Gebrek aan kennis geeft Nederlanders verhoogd risico op hartfalen

De meeste mensen verwarren de symptomen van hartfalen met die van een hartaanval. Daarnaast geloven veel Nederlanders onterecht dat mannen een hoger risico hebben op hartfalen dan vrouwen. Bijna één op de vijf Nederlanders is er zelfs van overtuigd dat er geen symptomen zijn voor hartfalen. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 500 respondenten, uitgevoerd door door Pumping Marvellous en St. Jude Medical.

Hartfalen is een chronische aandoening waarbij het hart niet genoeg bloed door het lichaam heen kan pompen om de andere organen te ondersteunen. Het overkomt mensen van alle leeftijden en, hoewel ze kunnen variëren, zijn de hoofdsymptomen een combinatie van vermoeidheid, kortademigheid en zwellingen door het vasthouden van vocht.

Symptomen

Van de Nederlandse respondenten wijst 81 procent pijn op de borst en 78 procent een onregelmatige hartslag onjuist aan als de hoofdsymptomen. Dit zijn namelijk de hoofdsymptomen van een hartaanval. Daarnaast geeft slechts de helft van de ondervraagden terecht 'zwellingen door het vasthouden van vocht' op als een symptoom van hartfalen. Zwellingen door het vasthouden van vocht in het lichaam zijn één van de voornaamste symptomen van hartfalen. Zorgwekkend is dat bijna één op de vijf Nederlanders gelooft dat er voor deze aandoening helemaal geen symptomen zijn.

Domme pech

De respondenten duiden obesitas, roken, stress en een gebrek aan beweging correct aan als de oorzaken van hartfalen. Ze lijken te begrijpen dat een gezonde levensstijl helpt om hartfalen te voorkomen. Toch geeft bijna de helft (42 procent) van de ondervraagden 'pech' op als oorzaak van hartfalen, wat doet vermoeden dat zij ten onrechte denken dat je niets kan doen om hartfalen te voorkomen.

Mannen vs. vrouwen

Uit het onderzoek blijkt ook dat het merendeel van de Nederlandse respondenten denkt dat mannen een hoger risico hebben op hartfalen dan vrouwen. De cijfers bewijzen het tegendeel: in Nederland overlijdt één op de vier vrouwen aan hart- en vaatziekten. Dit is de meest voorkomende doodsoorzaak bij vrouwen.

"De resultaten van dit onderzoek zijn verontrustend, aangezien misdiagnose van hartfalen serieuze consequenties voor de gezondheid kan hebben. Het is daarom essentieel dat mensen zo vroeg mogelijk hulp zoeken wanneer symptomen zoals zwellingen, kortademigheid of vermoeidheid opduiken," benadrukt dr. Delnoy, cardioloog in Isala Hartcentrum te Zwolle.

Bron: Gezondheidsnet

Check hier uw Zorgpolis
Liefdevolle zorg voor ouderen

Goede zorg voor ouderen staat of valt met tijd en aandacht op de werkvloer. Om de kwaliteit in de ouderenzorg te verbeteren startte staatssecretaris Van Rijn vorig jaar een vijfjarig programma. Een tussenbalans: er ontstaan mooie dingen maar personeel verdient meer ruimte.

Onterecht beeld van zorg voor ouderen

Naar een verpleeghuis? Nooit, want verpleeghuizen zijn akelige oorden waar je beter niet kunt belanden. Een onterecht beeld in de Nederlandse samenleving, stelt professor Joris Slaets. Alleen daarom al is het volgens de hoogleraar Ouderengeneeskunde nodig met alle partijen samen te werken in een programma waarin liefdevolle zorg voor ouderen op één staat.

Het doorbreken van de incidentencultuur, noemt Slaets het ook wel: Een negatief verhaal in de media, vragen in de Tweede Kamer en vervolgens weer extra controlemechanismes die door de inspectie opgelegd worden. Daar moeten we volgens hem nodig van af.

Project van Waardigheid en Trots

‘Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor ouderen’, heet het project dat staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) in februari 2015 lanceerde met als doel de ouderenzorg te verbeteren, van elkaar te leren en het negatieve imago te verbeteren. De komende vijf jaar zijn er honderden miljoenen beschikbaar voor projecten die onnodige regelgeving moeten verminderen, de kwaliteit van het personeel moet verhogen, mantelzorgers meer moet betrekken en voor meer zinvolle dagbesteding moeten zorgen.

Overkoepelende samenwerking

In het programma werken alle partijen samen: werkgevers, beroepsbeoefenaren, cliënten- en ouderenorganisaties maar ook de zorgverzekeraars, inspectie en ministerie. Die krachtenbundeling is belangrijk, aldus Sonja Kersten, directeur van de beroepsvereniging V&VN die opkomt voor de belangen van de verplegenden en verzorgenden.

Bijna anderhalf jaar na de start van het programma constateert ze op landelijk niveau: de versnippering is voorbij, iedereen werkt samen. “We hebben in beeld waar we naar toe willen met elkaar: kwetsbare ouderen moeten kunnen rekenen op goede zorg in een omgeving waarin ze kunnen leven op de manier die ze zelf willen. Op een flink aantal locaties gaat er in pilots anders gewerkt worden, we zijn benieuwd naar die resultaten.”

Op weg naar één geheel

Slaets, behalve hoogleraar ook directeur van Leyden Academy on Vitality and Ageing, ziet dat op veel plaatsen in Nederland volop geëxperimenteerd wordt om beter aan de wensen van ouderen te kunnen voldoen. “Maar het gaat nog te veel om losse onderdelen, de puzzelstukjes komen nog niet bij elkaar. Het moet nog een geheel worden.”

De cliënt centraal…

Kwalitatief goede zorg leveren gaat verder dan veiligheid en lichamelijke verzorging. Hulpverleners moeten niet alleen weten welke ziektes iemand heeft, maar óók zijn verlangens en behoeftes kennen. Hoe kom je daarachter? Niet door met vink- en checklijsten te werken, maar door het goede gesprek te voeren met de cliënt zelf en zijn naasten, stelt Kersten.

Juist daarvoor moet je deskundig personeel hebben, een van de grote uitdagingen voor de komende jaren. “In Nederland willen we dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, pas als het echt complex is, gaan ze naar een verpleeghuis, maar het personeel daar is minder hoogopgeleid. Dat is scheef”, vindt ze.

…maar óók oog voor de werknemer

Het goede gesprek is de kern van de zaak. Het gaat over dilemma’s, zoals iemand met een verhoogd valrisico of dementie beperken in bewegingsvrijheid. Over de wens van een jong iemand met ernstige lichamelijke beperkingen liever te stikken in een biefstukje dan gemalen voedsel te eten. Dat vraagt om goed opgeleid personeel en tijd voor reflectie, maar door de hoge werkdruk is die er vaak niet en worden er nog steeds onnodige fouten gemaakt, vertelt Kersten.

Ook Slaets neemt het op voor ‘de werkvloer’: “Je kunt niet verwachten dat iemand liefdevolle zorg biedt als een kwart van het personeel tegen een burn-out aan loopt.” De verschillen in verpleeghuizen zijn nog steeds groot, ook als het financiën gaat. Hoe komt het dat de ene zorgaanbieder goed uitkomt met de middelen, en de andere organisatie niet? Het mechanisme dat daarachter zit, is ingewikkeld, volgens Slaets, en hangt van factoren als gebouwen, een makkelijke of moeilijke cliëntenpopulatie en de samenstelling van het personeel. Kersten voegt daaraan toe: “Sommigen instellingen slagen er beter in dan anderen. Daar valt nog veel te leren van elkaar, maar die tijd moet er wel zijn.”

Bron: Mijngezondheidsgids.nl